download articleEU regelwetgeving en etikettering
Eu regelwetgeving
De Europese Unie heeft regelgeving uitgevaardigd (European Food Labelling Directive 2000/13/EC), waarin staat welke ingrediënten vermeld moeten worden op producten. Deze lijst (Annex IIIA van Directive 2003/89/EC) bevat allergenen die verantwoordelijk zijn voor meer dan 90% van de gevallen van voedselallergie European Commision 2000) en is in overeenstemming met de lijst die is samengesteld door de Codex Alimentarius Commissie (1999) en de Amerikaanse Food and Drug administration (FDA) (2001).Producten die de volgende ingrediënten bevatten moeten gelabeld worden:
- Graan en producten daarvan (inclusief gluten);
- Schaaldieren en producten daarvan;
- Eieren en producten daarvan;
- Vis en producten daarvan;
- Pinda en producten daarvan;
- Melk- en zuivelproducten (inclusief lactose);
- Soja en producten daarvan;
- Noten en producten met noten;
- Sesamzaad en producten daarvan;
- Selderie en producten daarvan;
- Mosterd en producten daarvan;
- Sulfiet en zwaveldioxide.
Etikettering
De etikettering geldt voor alle afgeleide producten en derivaten van de boven-genoemde allergenen, met een aantal uitzonderingen. Verder geldt de etikettering-richtlijn niet voor niet-voorverpakte levensmiddelen en mogelijke kruisbesmetting met allergenen.Uitzonderingen van vermelding
De nieuwe wetgeving kent enkele uitzonderingen. Afgeleide stoffen die geen reacties kunnen geven bij mensen met voedselallergie en coeliakie, hoeven niet te worden vermeld. Maltodextrine en glucosestroop worden gemaakt van zetmeel, afkomstig van bijvoorbeeld maïs, aardappel, tarwe of gerst. Door intensieve hydrolyse of afbraak wordt het zetmeel eerst omgevormd tot maltodextrine en vervolgens tot glucosestroop. Maltodextrine, dextrose en glucosestroop op basis van tarwe en glucosestroop op basis van gerst hebben een vrijstelling gekregen van de verplichte etikettering. Hiervoor zijn wetenschappelijke onderzoeken ingediend bij en beoordeeld door de European Food Safety Authority (EFSA) en daaruit is de conclusie getrokken dat het niet te verwachten is dat maltodextrine, dextrose en glucosestroop op basis van tarwe of gerst een reactie geven bij mensen met coeliakie. Dit betekent dat er vanuit gegaan wordt dat maltodextrine, dextrose en glucosestroop op basis van tarwe gegeten kan worden door mensen met coeliakie. De vrijstelling betekent dat als een fabrikant maltodextrine, dextrose of glucose-stroop op basis van tarwe of gerst heeft gebruikt hij dit niet op het etiket hoeft te vermelden.Voor sulfiet en zwaveldioxide geldt een zgn. drempelwaarde: deze moeten worden vermeld zodra er meer dan 10 mg per kilo of liter voorkomt in het eindproduct.
Voor een overzicht van de vrijstellingen wat betreft de vermeldingen van allergenen, kan gekeken worden in tabel 1. Deze vrijstelling van verplichte etikettering is tijdelijk, dat wil zeggen tot 25 november 2007. Dan wordt gekeken of dit een blijvende vrijstelling wordt.
Tabel 1: Overzicht vrijstellingen van vermelding allergenen (1)
|
Allergenen die op het etiket vermeld moeten worden |
Afgeleide stoffen die niet vermeld hoeven te worden omdat ze geen allergische reacties veroorzaken |
|
Glutenbevattende granen: tarwe, rogge, haver, gerst, spelt, kamut en producten op basis van deze granen. |
Maltodextrinen op basis van tarwe. Glucosestroop op basis van gerst en tarwe. Granen gebruikt voor sterk alcoholische dranken. (destillaten) |
|
Schaaldieren: krab, kreeft, garnaal. |
Geen |
|
Eieren: ei en producten op basis van ei. |
Lysozym dat in wijn gebruikt wordt. Albumine dat van ei gemaakt wordt om wijn en cider te klaren. |
|
Vis: vis en producten van of met vis gemaakt. |
Visgelatine gebruikt als drager voor vitaminen en smaakstoffen. Visgelatine of vislijm, gebruikt als klaringsmiddel in wijn, bier en cider. |
|
Pinda: aardnoten en producten op basis van pinda |
Geen |
|
Soja: soja en producten op basis van soja. |
Volledig geraffineerde sojaolie en sojavet. E306 (natuurlijke tocoferolen). Fytosterolen en fytosterolesters van sojaolie. Fytostanolesters geproduceerd uit fytosterolen van sojaolie. |
|
Melk: melk (inclusief lactose) van koeien en buffels en producten op basis van melk. |
Wei gebruikt in distillaten voor sterke alcoholische dranken. Lactitol. Caseïne gebruikt als klaringsmiddel in cider en wijnen. |
|
Noten: amandelen, hazelnoten, walnoten, cashewnoten, pecannoten, paranoten, pistachenoten en macadamia-noten en producten op basis van deze noten. |
Noten gebruikt in distillaten voor sterk alcoholische dranken Amandelen en walnoten gebruikt als smaakstof in sterk alcoholische dranken. |
|
Selderij: selderij, knolselderij, bladselderij, selderijzaad en producten op basis van selderij. |
Olie van selderijblad en selderijblad. Oliehars van selderijzaad. |
|
Mosterd: mosterd(zaad) en producten op basis van mosterd(zaad). |
Mosterdolie. Mosterdzaadolie. Mosterdzaadoleohars. |
|
Sesamzaad: sesamzaad en producten op basis van sesamzaad |
Geen. |
|
Sulfiet en zwaveldioxide: bij meer dan 10 mg in een kg product zoals het wordt gegeten of 10 mg in een liter zoals het wordt gedronken. |
Geen. |
Verder hoeft mogelijke kruisbesmetting niet op het etiket vermeld te worden, omdat dit nooit helemaal kan worden uitgesloten. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer een levensmiddel wordt gemaakt in een fabriek waar ook met bijvoorbeeld pinda’s wordt gewerkt. Deze kleine deeltje kunnen een belangrijke bron van restrisico zijn voor de allergische consument. Dit kan leiden tot ernstige overgevoeligheidsreacties. De mogelijkheid hiervan hoeft niet op producten te worden gedeclareerd. Aangezien gegevens over het voorkomen en de ernst van allergische reacties grotendeels ontbreken, is geen uitspraak te doen over welke allergenen in dit verband prioriteit moeten krijgen. (2)
Het gevaar van mogelijke kruisbesmetting
Veel fabrikanten kiezen ervoor toch op het etiket te vermelden dat een product sporen van een allergeen kan bevatten of is geproduceerd in een omgeving waar diverse allergenen aanwezig zijn. Op die manier waarschuwen zij voor mogelijke kruisbesmetting, ook al hoeft daarvan geen sprake te zijn. Een mogelijke kruisbesmetting is van belang voor mensen die zo heftig reageren op een levensmiddel dat een levensbedreigende situatie kan ontstaan. Het gaat dan om een zogenaamde anafylactische shock (extreme allergische reactie). Deze mensen kunnen nooit alleen afgaan op het etiket. Het is immers nooit helemaal uitgesloten dat een levensmiddel een allergische reactie kan geven.Doordat de aanwezigheid van 12 stoffen verplicht geëtiketteerd moet worden, is het best mogelijk dat consumenten de conclusie zullen trekken dat als het niet op het etiket staat, het allergeen niet in het product aanwezig is. Een waarschuwende tekst
op de verpakking wanneer er een reëel risico op kruiscontaminatie bestaat met productvreemde allergenen, heeft in dit geval als voordeel dat wordt voorkomen dat er een vorm van schijnzekerheid ontstaat en er onverwachte allergische reacties optreden. Een van de nadelen echter is dat bij het hanteren van waarschuwende teksten zonder echte risico’s de kans bestaat dat consumenten de waarschuwing steeds minder ernstig nemen. Een ander nadeel van dergelijke etikettering is dat het tot een gereduceerde keuzevrijheid van de consument met een voedsel- overgevoeligheid leidt, evenals tot een verminderde waarde van de vermelding op het etiket. Bovendien kan dergelijke etikettering aangewend worden om een sub- optimale allergeencontrole binnen het bedrijf te maskeren. Om die reden en om te voorkomen dat klant voor een ander product kiest, zijn er bedrijven die aangeven dat bepaalde producten (van bepaalde allergenen) allergeenvrij zijn. Dit terwijl de allergeen producten op de zelfde lijn worden geproduceerd. Dit kan dan ook alleen wanneer het bedrijf een goed allergenenmanagement-systeem heeft opgezet. Voor meer informatie over het allergenenmanagement-systeem zie artikel "Praktijk in de voedingsmiddelenindustrie", Allergenenmanagement. (3)
Wijze van vermelden van allergenen
Fabrikanten kunnen kiezen op welke wijze ze de allergenen in een product op het etiket vermelden. Zo kan een allergeen vermeld worden achter het ingrediënt wat het allergeen bevat. Bijvoorbeeld: "Ingrediënten: maïszetmeel, suiker, zout, aroma (tarwe), plantaardige olie". Ook kan een fabrikant ervoor kiezen om een aparte samenvatting te geven van de in het product aanwezige allergenen. Onder de opsomming van de ingrediënten staat dan bijvoorbeeld: "Bevat: tarwe". De bedoeling is alleen wel dat de naam van de stof waarvan een ingrediënt afkomstig is, in begrijpelijke taal op het etiket staat. Wanneer bijvoorbeeld weipoeder in een receptuur is verwerkt, zal een tekst als ‘bevat melk’ op het etiket moeten staan.Contaminatie
Met de nieuwe wetgeving die vermelding op het etiket van aanwezigheid van allergenen verplicht, blijft het probleem bestaan dat de wetgeving niets zegt over de risico's van verontreiniging (contaminatie) met allergenen tijdens het productie-proces. Het valt dan ook te verwachten dat meer dan tot nu toe het geval is op producten die op basis van de ingrediënten glutenvrij zijn, de waarschuwing zal zijn te vinden dat er een kans is op besmetting met een allergeen, de zogenaamde 'kan bevatten-clausule'. Ieder moet dan voor zichzelf besluiten of dat dan een reden is om van het verdere gebruik ervan af te zien.Andere allergenen
De mogelijkheid is dat allergische reacties kunnen optreden ten gevolge van allergenen die niet op de lijst voorkomen, en dus niet door de nieuwe richtlijn worden beïnvloed. Dit betreft naar schatting ongeveer 10% van de overgevoeligheidsreacties. Lupine is hiervan een voorbeeld. Recent zijn hieraan extreme allergische reactie (anafylactische reacties) toegeschreven. Er is een verzoek ingediend om Lupine toe te voegen aan de lijst met allergenen. Tevens zijn er voor de stoffen fructose en weekdieren ook verzoeken ingediend ter aanvulling van de lijst met allergene stoffen die geëtiketteerd moeten worden.Onvoldoende benutten van de informatie
Niet alle overgevoelige personen zullen de informatie op de etiketten lezen en op de juiste manier gebruiken, onder meer omdat zij zich niet van hun overgevoeligheid bewust zijn. Om deze reden zal zelfs bij perfecte naleving van de etiketterings- verplichting een risico op het optreden van overgevoeligheidsreacties blijven bestaan als gevolg van de betreffende ingrediënten.Literatuur:
1 Voedingscentrum, www.voedingscentrum.nl, Voedselovergevoeligheid, 2006
2 RIVM, rapport 340033002, Methode om allergenen in voedsel te detecteren, 2005
3 Allergenenles Unox, December 2006
Bernadette Besselink, Voedingsmiddelentechnologie, Den Bosch
Sleutelwoorden voor deze pagina: producten, allergenen, basis, etiket, tarwe, daarvan, allergische, vermeld, etikettering, product, glucosestroop, maltodextrine, bijvoorbeeld, allergeen, reacties
naar boven


bedrijven