hoofdartikel
database > wetenschap & voeding > allergenen
Download download article

Voedselovergevoeligheid bij de consument

Inhoudsopgave
 Kan de levensmiddelenindustrie er iets aan doen?
 Welke voedingsmiddelen?
 Rol van de producent
 De ‘allergenenrichtlijn’
 Eénduidige etikettering
 Zelf voedselallergenen detecteren

Kan de levensmiddelenindustrie er iets aan doen?

Vijftien procent van de Belgische gezinnen wordt met één of andere vorm van voedselovergevoeligheid geconfronteerd. Het gaat om een fenomeen dat alsmaar toeneemt, doordat eetgewoonten veranderen, de consumptie van exotische producten toeneemt en nieuwe voedselverwerkingtechnieken ontstaan. Elke levensmiddelenfabrikant heeft de maatschappelijke plicht om ingrediënten en additieven die tot voedselovergevoeligheid leiden, zoveel mogelijk te vermijden. Indien dat onmogelijk is, dient hij de consument voor de aanwezigheid ervan in het levensmiddel te waarschuwen. Dit artikel zet u in ieder geval een stuk op de goede weg om deze zwakkere consumentengroep te beschermen.

De meeste mensen kunnen zonder problemen alle voedingsproducten consumeren. Sommigen blijken echter op bepaalde levensmiddelen slecht te reageren, met als gevolg maag- en darmklachten, onpasselijkheid, krampen, diarree, hoofdpijn, jeuk, zwelling van lippen/verhemelte/keel, astma, rhinitis, huiduitslag (constitutioneel eczeem, dauwworm, jeuk, netelroos), etc. Ze lijden aan één of ander vorm van voedselovergevoeligheid: de overkoepelende term voor alle voedselallergieën of -intoleranties. Bij een voedselallergie maakt het menselijke afweersysteem specifieke antistoffen (IgE) aan tegen eiwitten die in de voeding voorkomen (Eiwitten die allergische reacties kunnen opwekken, worden ook wel allergenen genoemd). De meest bekende vormen komen voor in koemelk, eieren of noten. Bij niet-allergische voedselovergevoeligheid (intolerantie) reageert het lichaam eveneens op bepaalde voedingsmiddelen, maar het afweersysteem speelt hierbij geen of een onbelangrijke rol. Levensmiddelen die in dit geval klachten veroorzaken, worden ‘triggers’ genoemd. Deze kunnen van nature in het voedingsproduct voorkomen (zoals lactose), maar kunnen ook zijn toegevoegd (zoals het conserveermiddel sulfiet). Er is nog veel onduidelijkheid over welke voedselbestanddelen nu precies voedselintolerantie kunnen veroorzaken. Maar het is wel algemeen bekend dat de meeste allergenen en triggers stabiele moleculen zijn die het effect van voedselbewerking, koken en verteringsprocessen kunnen weerstaan. Degene die in groenten en vruchten aanwezig zijn, blijken veelal hittelabiel te zijn.


De meest onverwachtse levensmiddelen kunnen tot voedselovergevoeligheid aanleiding geven: citrusvruchten, appel, arachideolie, alcoholische drank, zuivel/maïs/tarweproducten, etc.

Welke voedingsmiddelen?

In principe kan iemand op vrijwel elk voedingsproduct negatief reageren, maar van sommige levensmiddelen en -bestanddelen is bekend dat deze vaker reacties oproepen dan andere. Bij kinderen veroorzaken vooral koemelk (zuivelproducten), kippeneieren, pinda, noten, soja, vis en kiwi’s reacties, terwijl volwassen dan weer gevoeliger zijn voor bepaalde fruit en groenten, pinda’s en noten, kruiden en specerijen. Levensmiddelen waarvan geweten is (of een vermoeden bestaat) dat zij intolerantiereacties kunnen bewerkstelligen, zijn zuivelproducten, melksuiker (lactose), sulfiet, MSG-derivaten (E620-E625), voedingsproducten die mogelijks de histaminevrijmaking in het lichaam activeren (sesam, kiwi, aardbeien), histaminerijke voedingsmiddelen die veel biogene aminen bevatten (oude kaas, salami, vis uit blik, makreel, chocolade) en aromatische bestanddelen (zoals vanille, aromaten in specerijen, anijs, drop, pepermunt, etc.). Soms blijkt het niet een specifiek bestanddeel te zijn, maar is de voeding niet evenwichtig genoeg of bevat ze onvoldoende voedingsstoffen om de organen en het immuunsysteem van het lichaam adequaat te laten functioneren.

Lijst van triggers en allergenen die tot voedselovergevoeligheid kunnen leiden
Voedelbestanddeel Specifiek
eieren en eiderivaten ei, gedroogd eiproducten, albumine, lecithine, eierdooier, pasta, mayonaise, dressings, soepen
melkderivaten melk, melkpoeder, boter, margarine, crème, pudding, kaas, yoghurt, ijs, wei,, gehydroliseerd weiproteïne, caseïne, caseïnaten, lactose
gluten tarwe, rogge, haver, gerst + afgeleiden
glutamaten, smaakstoffen E620-E625, soja-saus, flavours
maïs en maïsderivaten maïszetmeel, popcorn, blikmaïs
tarwe tarwebloem, tarwevezel, tarwezetmeel, indikker en binder, rusk, broodkruimels, gehydrolyseerd tarwe-eiwit
soja en sojaderivaten soja, soja-eiwit, soja-bloem, tofu, soja-bonen, lecithine, gehydroliseerd soja-eiwit, soja-emulgator, getextureerde soja-bloem, soja-concentraten, soja-isolate
kleurstoffen E100, E101, E102, E104, E107, E110, E112, E120, E123, E124, E127, E128, E131, E132, E133, E141, E142, E150, E151, E153, E154, E155, E160a-f, E161a-g, E162, E163, E170, E171, E172, E173, E174, E175, E180, etc
gemodificeerd zetmeel enzymatisch, fysisch of chemisch gemodificeerd
zwaveldioxyde zwaveldioxyde, sulfiet, E220-E228
benzoaten E210-E219
BHT/BHA E320-E321
hulpstoffen, carriers
zaden sesam, zonnebloem, katoen, mosterd, … pasta- en boterafgeleiden
noten amandel, braziliaanse noot, cashewnoot, cocosnoot, ginkonoot, hazelnoot, jojobanoot, lytchee, palmnoot, pili, walnoot, pindanoot, pistachenoot, eikel, beukenoot, broodvrucht, kastanje, bitternoot, chillinoot, pecannoot, oesternoot, sheanoot, tijgernoot, pijnboompit, Quandong noot, paranoot, etc.
nootafgeleiden lecithine, nootboter, notenmeel, notenmelk, notenbloem, plantaardige nootoliën, nootextracten, nootflavours, …
mariene producten vis, schaaldieren, mosselen
rundafgeleiden runderbouillon, rundergelatine, rundsvlees, rundsvet, rundsbloed, etc.
varkenafgeleiden stocks, varkensgelatine, varkensvlees, varkensbloed, varkensvet, etc.
schaapderivaten schapevet, schapegelatine, schapevlees, schapebloed, etc.
gevogelte-afgeleiden kippevet, kippegelatines, kippevlees, kippebouillon, etc.
gist gistextracten, bakkersgist, biergist, bakkerijproducten, bier, ketchup
vruchten appel, kiwi, banaan, avocado, citrusvruchten, aardbei, etc.
groenten bonen, aubergine, tomaat, etc.
alcoholische dranken bier, wijn, jenever
chocolade chocolade-afgeleiden
lupine lupine-eiwit, lupine-bloem
kruiden, specerijen selder, nootmuskaat, cardamon, etc.
GMO's


Volwassenen zijn gevoeliger voor kruiden en specerijen

Rol van de producent

Er zijn weinig levensmiddelen en -ingrediënten waarvoor niet iemand ergens ter wereld in zeer geringe mate allergisch voor is. Niettemin is het de opdracht van producenten, retailers en cateringbedrijven om het onnodige gebruik van allergenen in bereidingen te mijden of er op zijn minst op de verpakking voor te waarschuwen. Daarnaast moet de producent de levering van grondstoffen, zijn productie en de reiniging van de installaties/bedrijfsruimten zo organiseren dat kruiscontaminatie van levensmiddelen met allergenen en ‘triggers’ wordt uitgesloten. Dergelijke fenomenen kunnen gebeuren gedurende de opslag en behandeling van grondstoffen: bijvoorbeeld via residu’s aanwezig in al eerder gebruikte productieapparatuur, door stofcontaminatie via de lucht, door product in nieuwe ingrediëntenmengsels te herwerken zonder dat rekening met de allergenenproblematiek wordt gehouden, etc.
Tenzij het niet anders kan, moeten producenten van ingrediënten-blends zich zoveel mogelijk inspannen om ‘allergeenvrije’ ingrediëntenformuleringen te ontwikkelen. Niet-karakteristieke ingrediënten, die als ‘allergenen’ bekend staan, moeten zoveel mogelijk worden vermeden en gesubstitueerd. Maar in bepaalde gevallen kan de toepassing van een allergeen niet worden uitgesloten omdat ze het karakteristieke ingrediënt van de formulering uitmaakt. Bij de bereiding van pindaboter kan het gebruik van pindanoten bijvoorbeeld moeilijk worden geweerd.
Om ‘productrecalls’ en schadeclaims te vermijden, heeft de producent er alle belang bij om iedereen binnen het bedrijf bij de ‘allergenen problematiek’ te betrekken. Dit vraagt om een grondige training van alle betrokkenen: van directie over aankopers, productie- en kwaliteitsverantwoordelijken tot ingenieurs,
meestergasten, operatoren en schoonmaakpersoneel. Voor het gemak kan de preventie voor allergenen in het HACCP-plan worden opgenomen. Leveranciers van grondstoffen moeten worden geïnspecteerd op hun inspanningen om kruiscontaminatie in hun productieprocessen te vermijden. Omdat door genetische manipulatie bij gewassen een voedselallergie in de vrucht kan worden geïntroduceerd, moet tevens voor al deze producten worden opgelet, zelfs als het gaat om ingrediënten die normaal niet allergisch zijn. Tenslotte dienen ook nieuwe formuleringen van bestaande grondstofmengsels steeds nauwlettend in het oog worden gehouden.

De ‘allergenenrichtlijn’

Op 25 november 2003 heeft de Europese Commissie Richtlijn 2003/89/EG met betrekking tot de vermelding van de ingrediënten van levensmiddelen (kortweg de Allergenenrichtlijn) gepubliceerd. De wijziging verplicht levensmiddelenfabrikanten om allergene stoffen en daarvan afgeleide ingrediënten altijd op het etiket van een voedingsproduct te vermelden. Deze richtlijn wijzigt Richtlijn 2000/13/EG (Etiketteringsrichtlijn). De ingrediënten en technologische hulpstoffen die op het etiket dienen te worden vermeld, staan in de nieuwe bijlage III bis van de richtlijn. Het gaat onder meer om gluten bevattende granen, schaaldieren, eieren, vis, pindanoten, sojabonen, melk(producten) (inclusief lactose), noten, sesamzaad, sulfiet in concentraties van minstens 10 mg/kg (telkens ook afgeleide producten). Indien wetenschappelijk is vastgesteld dat bepaalde stoffen non-allergisch zijn, kunnen zij uit deze lijst worden geschrapt. Hiervoor moeten vóór augustus 2004 bij de Europese Commissie dossiers worden ingediend waaruit blijkt dat het onwaarschijnlijk is dat ze een ongewenst effect hebben. Voor aardnoten- en sojaolie is het bijvoorbeeld denkbaar dat zij van etikettering worden vrijgesteld. De Europese Commissie stelt na raadpleging van de EFSA (en niet later dan 25/11/2004) een lijst op met ingrediënten of stoffen die voorlopig etiketteringvrij zijn totdat definitieve resultaten van het onderzoek bekend zijn (ten laatste 25/11/2007). De lidstaten van de Europese Unie hebben dan tot uiterlijk 25/11/2004 om de richtlijn te implementeren.

Eénduidige etikettering

Het is belangrijk om voor een eenduidige etikettering te zorgen. De ingrediëntenlijst moet in voldoende groot lettertype en in duidelijke bewoordingen zijn afgedrukt. Want voor personen die aan koemelkallergie lijden, heeft een opschrift ‘bevat melkeiwit’ immers veel meer betekenis dan ‘bevat natrium- of calciumcaseïnaat’. Producenten moeten de goodwill opbrengen om hun consumenten op vrijwillige basis voor een bepaald type ‘allergeen’ of ‘trigger’ te waarschuwen. Het opsommen in een ingrediëntenlijst volstaat niet: een waarschuwing in een (onder retail condities) direct zichtbaar opschrift is vereist. Momenteel vrezen producenten te veel voor het negatief publicitair effect van deze aankondiging. Maar een juiste formulering kan de schade beperken. Denk maar aan ‘Bevat ……….. waaraan sommige mensen allergisch kunnen zijn’, of ‘Kunnen sporen van ………. bevatten, waaraan sommige mensen allergisch kunnen zijn’ ‘of ‘Geproduceerd in een bedrijf waar ook ……… (bv. pindanoot) wordt behandeld’.



Producenten moeten de goodwill opbrengen om hun consumenten op vrijwillige basis voor een bepaald type ‘allergeen’ of ‘trigger’ te waarschuwen.

Zelf voedselallergenen detecteren

Wie geen of weinig geloof aan papieren verklaringen hecht, kan zijn toevlucht nemen tot sneltesten die door verschillende firma’s op de markt worden gebracht. Deze kits zijn op het principe van ELISA, PCR, PCRELISA, dipstick of enzymatische bepaling gebaseerd en kunnen worden toegepast om tijdens productieprocessen of in voedingsmiddelen verontreinigingen met allergenen te meten. De grootste problemen met de bepalingen situeren zich momenteel op het terrein van de standaardisering en de gevoeligheid van de testmethode, de detecteerbaarheid van de allergenen binnen bepaalde voedingsmedia, de homogeniteit van de stalen, de referentiematerialen, etc. Nochtans bezit Tepnel Biosystems Ltd. (UK) al een AOAC gevalideerde testkit voor pindanoot. Verder heeft het bedrijf ook testkits voor de kwalitatieve bepaling van melkeiwit, soja eiwit, gluten, ei-eiwit, pasta, verschillende dierlijke eiwitten (varken, rund, gevogelte, schaap, paard, konijn, geit), diverse soorten viseiwit (kabeljauw, haring, rog, zalm, forel, hondshaai), tannine, rogge, gerst, tarwe, haver, maïs, sesam, etc. R-Biopharm AG (D) heeft testkits op de markt gelanceerd voor de detectie van gluten, eieren, pindanoot, soja, hazelnoot, histamine, amandel, sulfiet, melkeiwit, MSG en lactose. Neogen Corp. (USA/Canada) heeft er voor ei-eiwit, melkeiwit, pindanoot en sulfiet. Elisa Technologies Inc. (USA) commercialiseert testkits voor vleeseiwitten (rund, kip, varken, paard, schaap, konijn), gluten, pindanoot, soja-eiwit, melkeiwit, ei-eiwit, pasta, sesam. Tenslotte vermarkt Genetic ID Inc. (USA) een reeks PCR-gebaseerde testen voor de detectie van pindanoot, soja, tarwe. Uniek is hun gamma testkits voor de detectie van oester, mosselen, garnaal, kreeft, zeevis, etc.



Wie geen of weinig geloof aan papieren verklaringen hecht, kan zijn toevlucht nemen tot de sneltesten die door verschillende firma’s op de markt worden gebracht.

Bij de Allergenendatabank kunt u lijsten bestellen met merkartikelen vrij van bepaalde allergenen.

forumGeef uw reactie op dit artikel
Alle velden zijn verplicht. Uw persoonlijke informatie wordt niet op de site geplaatst. Hyfoma levert geen machines, maar verwijst alleen naar de bedrijven die de machines leveren. De meeste genoemde bedrijven leveren alleen machines voor de voedselindustrie en produceren geen voedsel.

Naam: Email:
Functie: Bedrijf: